Het hondenbrokkenparadijs

Ik laat nu een paar dagen James uit, officieel Sir James: de hond van mijn broer. James is een hazewindhond, maar ook weer niet. Hij lijkt op een koe, maar is overduidelijk een hond. Als een streep rent hij langs de vloedlijn naar Katwijk, en dat heb ik een koe nog nooit zien doen.

Dan mijn probleem. De hond van mijn broer rent altijd eerst naar Take 2, het strandpaviljoen in Noordwijk waar honden welkom zijn en iedereen volop hondenbrokjes op zak heeft. Mijn broer heeft nooit hondenbrokjes op zak, hij gooit ook niet met een bal: ‘dan krijg je zo’n autistische hond die alleen nog maar op zijn bal is gefixeerd.’

James heeft ook een fixatie: hondenbrokjes.

Ik bel mijn broer.

‘Gisteren rende James naar een groepje Duitsers achter een windscherm.’
‘Hadden ze hondenbrokjes?’ vraagt mijn broer.

Scherp.

De Duitsers duwden James telkens weg, maar James ging niet weg. Hij piepte of blafte ook niet, hij was er gewoon, zoals hij eergisteren pal voor het gezicht van een yogadame ging staan, die halverwege Katwijk midden op het strand in lotushouding zat. De vrouw deed haar ogen open en keek recht in de donkerbruine ogen van James.

Volgens mijn broer is het de eigen schuld van die Duitsers. Hadden ze maar geen bak met hondenbrokken naast hun windscherm moeten zetten.

Ik laat het even op me inwerken en knik op zijn Sophie Hilbrands.

De volgende dag besluit ik James voor de zekerheid pas ver voorbij het hondenpaviljoen los te laten. Compleet zinloos. Halverwege Katwijk besluit meneer terug te keren. Hij trekt een sprintje en staat 8 seconden later gewoon weer tussen de windschermen van het hondenbrokkenparadijs. Een half uur later kom ik eens aansjokken. Iemand een hond gezien? Hij lijkt op een koe.

‘Is dat hem?’

Ik kijk naar de vloedlijn, en besluit hem achterna te rennen.

Over ‘compleet zinloos’ gesproken.