Het verhaal van Eduardo

“Kijk dan die zwaan!” Eduardo (50) is snel afgeleid. Het is druk in zijn hoofd. Heel druk. Maar hier komt hij tot rust. Aan het water.

Bij de ingang van de Velserpoort in Haarlem staat een clubje mannen van de laatste zon te genieten. Om tien uur gaat hier de deur dicht. Nog een uurtje. Eduardo staat in zijn eentje bij de sloot. “Bij het water kom ik tot rust”, zegt hij. De vijftiger heeft felblauwe ogen, die alles zien, terwijl het lijf onrustig heen en weer beweegt. “Kijk dan die zwaan!” De hals van de vogel verdwijnt in het inktzwarte slootwater. “Mooi beest”, lacht Eduardo en dan vallen zijn tanden pas op, witter dan de zwanenhals. De pet moet worden rechtgezet. “Of zal ik hem afzetten? Ik bedoel, voor de foto?” Zijn armen gaan opzij, de lucht in. Eduardo lacht en maakt met beide handen het beroemde vredesgebaar: “leuk voor de foto!” Maar zijn armen zitten vol littekens: zelfmutulatie. Blijkt. Eduardo wrijft over zijn armen en wijst naar een groot litteken. “Dit was een heftige, toen had ik bijna mijn arm eraf gesneden. Het kan gewoon ineens heel druk worden in mijn hoofd, dat gaat echt van nul naar honderd in een paar seconden, dan wil ik de pijn niet voelen van vroeger. Maar hier op de Velserpoort hebben ze me icepacks gegeven. Dat werkt heel goed. Die leg ik er dan op, als ik weer druk voel opkomen.”

XTC
Eduardo kijkt naar zijn schoenen, die hij een voor een naar voren schopt, als een voetballer tijdens de warming up. “Alleen is hier niets te doen. Tegenover is een ziekenhuis, deprimerend. Ik moet mensen zien. Ik maak hier elke schoon en ga dan om 12 uur op mijn fiets naar de binnenstad. Maar geen kwaad woord over de mensen hier. Vooral Esther, die kleine, heeft me er doorheen gesleept. Ik zit er nu acht maanden. Mijn vrouw heeft me eruit gegooid. Het was mijn eigen schuld. Ik ben zes jaar clean geweest, maar was weer begonnen met gebruiken. Ik kreeg van een collega die zag dat het niet goed met me ging toen mijn vader was overleden een XTC-pilletje. Helemaal fout natuurlijk, met mijn verslavingsverleden.”

Mijn therapeut zei: je bent net een colafles die heel lang heeft staan schudden en je hebt nooit die dop opengedraaid.

Sterk
Eduardo’s leven is bewogen en heeft zich op verschillende continenten afgespeeld. Hij is geboren in Rio de Janeiro, zijn moeder is Braziliaanse. Op zijn derde jaar verhuisde het gezin, bestaande uit vier jongens, naar Zandvoort, waar zijn vader een goede baan kreeg. “Mijn vader is heel sterk”, zegt Eduardo en laat vooralsnog in het midden of dat goed of slecht is. “Heel sterk”, benadrukt hij op een toon van: nou, dan weet je het wel. Het wiebelen neemt toe, linker been, rechter been. De pet moet nog rechter. De armen gaan over elkaar, er wordt geknepen in de bovenarmen. “Als de auto de oprit opreed, mijn vader was heel veel op reis, dan wisten we het al: daar gaan we weer.”

Tranen
Na een jeugd vol mishandeling, fysiek en mentaal, vluchtte hij op zijn achttiende naar Brazilië. “Ik heb eerst mijn havo afgerond en ben toen teruggegaan naar het land van mijn moeder.” Zijn ogen beginnen te fonkelen als Sao Paolo valt. “Daar ben ik gelukkig geworden. Echt. Daar was ik heel gelukkig. Met mijn vrouw en kinderen. Maar toen ze ouder werden ben ik teruggegaan naar Nederland. Sao Paolo is geen goede plek voor kinderen. Er is daar veel criminaliteit. Sloppenwijken en zo. In Nederland ben ik bij mijn vader gaan inwonen, maar toen hij begon te schreeuwen tegen mijn dochter, brak er iets. Ik heb toen een mes gepakt en heb zeven keer gestoken. Hij heeft het overleefd. Godzijdank. Ik houd zo van mijn vader. Vorig jaar is hij overleden, gewoon aan ouderdom. Ik mis hem. Samen een sigaretje roken. Dat kan niet meer. Ik wil er best over praten hoor. Ik ben een open boek. We zijn vrienden geworden. Mijn vader en ik. Hij zei: mijn jeugd was ook niet fijn. Hij wist niet beter. Ik heb hem kunnen vergeven. Maar vorig jaar is hij dus overleden, aan ouderdom. Mijn broertje wilde niet eens zijn kist dragen. Ik wel. Ik zei: kom, geef die man een waardig afscheid.”

Colafles
“Ik ben borderliner. Negen eigenschappen heb je dan, zoek maar eens op: verlatingsangst, woedeaanvallen, zelfverminking, ik weet ze niet eens allemaal. En ik heb een boek gekregen van Esther, Vrij Leven. Dat gaat over de vier basisgevoelens: angst, boosheid, blijdschap en verdriet. Die schijn je dus nooit te moeten onderdrukken. Nooit. Dat zei mijn therapeut in de gevangenis ook al. Hij zei: je bent net een colafles. Je hele leven heb je al je gevoelens onderdrukt. Die colafles heeft heel lang staan schudden en je hebt nooit die dop opengedraaid. Dat zal ik nooit vergeten. Ik ga straks weer in therapie, drie maanden gesloten. Ik wil dat mensen geen last meer van me hebben. De maatschappij moest zich altijd aan mij aanpassen. Nu wil ik me aan de maatschappij aanpassen. En ik wil weer aan het werk. Het liefst als ervaringsdeskundige. Dat anderen van mij kunnen leren. Dat zou toch mooi zijn.”

“Mijn therapeut zei: je bent net een colafles die heel lang heeft staan schudden en je hebt nooit die dop opengedraaid.”

Dit verhaal is gepubliceerd in het Straatjournaal – juli 2022.