Mijn naam stond op een zwarte lijst

Judit Sandór is professor aan de faculteit Political Science, Legal Studies and Gender Studies van de Central European University (CEU) in Boedapest. Haar naam verscheen op een lijst met intellectuelen die de overheid bestempelde als vijanden van de staat.

“In april 2018, een paar weken na de verpletterende overwinning van Viktor Orbáns partij Fidesz, publiceerde het pro-Orbán tijdschrift Figyelo een lijst met namen van tweehonderd intellectuelen. Stond je op de lijst, dan was je automatisch een vijand van de staat.

De lijst van maar liefst twee pagina’s bestond uit namen van journalisten, medewerkers van ngo’s en eindeloos veel mensen die lesgeven op de Central European University (CEU) in Boedapest. Mijn naam stond er ook op. Daar kwam ik achter toen ik naar de universiteit ging en een collega aan me vroeg hoe het met me ging. Ik dacht dat het een algemene vraag was. Maar hij keek heel bezorgd en vroeg: ‘heb je je naam niet gezien?’ Ik schrok me dood en maakte me net als mijn familie gelijk veel zorgen om de consequenties. Welke repercussies kon ik verwachten? Wat zou er kunnen gebeuren als mensen met radicale gedachten me op straat zouden herkennen?

Het blijft uiterst pijnlijk: de ondermijning van intellectuelen

Ik was eerlijk gezegd ook verbaasd dat ik op de lijst stond, want ik houd me helemaal niet met politiek bezig. Ik houd me bezig met de ethische, juridische en sociale implicaties van opkomende technologieën, zoals stamceltechnologieën.

Niemand snapte trouwens waarom de een wel op de lijst stond en de ander niet. Mensen die actief waren in de politiek werden bijvoorbeeld helemaal niet genoemd. De criteria waren totaal onduidelijk. Dat was natuurlijk precies de bedoeling. De boodschap was: het maakt niet uit of je in de politiek werkt of in de media, al bestudeer je middeleeuwse geschiedenis, we watch you. Die inconsistentie maakt mensen extra onzeker en kwetsbaar.

Veel mensen probeerden me gerust te stellen door te zeggen dat het niets voorstelde, die namenlijst. Maar ik vond en vind het uiterst kwalijk. Er stond ook een student van mij op de lijst. Daar had ik echt mee te doen. Je zal zo je carrière moeten beginnen.

Een medewerker in een winkel waar ik graag kom, fluisterde in mijn oor: ‘wees voorzichtig Judit, veel van onze klanten weten dat je naam op de lijst staat.’ Ze maakte zich oprecht zorgen om mijn veiligheid.

Maar ik kreeg ook ander soort reacties. Een lid van de Hongaarse Academy of Sciences gaf me min of meer een compliment door te zeggen dat hij niet anders van mij had verwacht dan mijn naam op de Orbán-lijst aan te treffen.

Het blijft uiterst pijnlijk: de ondermijning van intellectuelen. En gevaarlijk. Je ziet het vaker in populistische regimes dat wetenschappers in diskrediet worden gebracht. Denk aan hoe Li Wenliang de mond gesnoerd werd, de Chinese wetenschapper die de wereld wilde waarschuwen voor het coronavirus. Het is de sleutel van elk populistisch regime; het drijft op het aanwijzen van vijanden en zondebokken. Brussel, migranten, intellectuelen, transgenders en carrièrevrouwen. Ze worden allemaal gehaat in Hongarije.

Zijn we nog steeds een democratie? Goede vraag. Het parlement functioneert nog, net als de instituten die nodig zijn in een democratie, maar Orbán regeert nu bij decreet vanwege de pandemie. Tijdens het paasweekend verplichtte hij alle ziekenhuizen zestig procent van hun bedden vrij te maken voor Covid-19-patiënten, ook mensen met kanker die in het ziekenhuis lagen moesten eruit. Iemand die een kritische post hierover had geschreven op Facebook, werd van zijn bed gelicht en moest mee naar het politiebureau.

Ondanks alles staan mensen nog altijd achter Orbán. Een groot deel van de Hongaren leest geen buitenlandse kranten. Ze spreken geen andere talen en lezen alleen wat de regering wil dat ze lezen.

Wat doet Orbán? Die speelt in op emoties, zoals angst en haat, een beproefde methode om mensen achter je te krijgen. Het werkt helaas een stuk sneller, weten populisten, dan bijvoorbeeld een goed zorgstelsel opbouwen of een samenleving creëren waarin mensen mogen zijn wie ze zijn en elkaar respecteren.”

Dit interview verscheen op 20 mei 2020 op de site en socials van het Humanistisch Verbond.

Het interview maakt deel uit van een serie die ik mocht schrijven voor het Humanistisch Verbond. Onderwerp: de slinkende vrijheid in de periferie van Europa, specifiek Hongarije en Polen, waar de lhbti-gemeenschap in de verdrukking komt en corona controversiële wetten in de kaart speelt.