Interview met Jesse Klaver

Het interview met Jesse Klaver vindt plaats in zijn werkkamer in Den Haag. Achter hem hangt een grote foto van Joop den Uyl. “Een politicus die tot de verbeelding spreekt”, zegt Klaver en neemt nog even snel een hap. Hij moet echt even wat eten, iets waarvoor hij zich wel drie keer verontschuldigt.

Op wiens schouders sta je in de politiek?
“Op die van Jolande Sap en Bram van Ojik. Zonder Bram was GroenLinks er nooit geweest. Ook denk ik aan Mariëtte Hamer, die achter de schermen heel belangrijk is geweest voor de fusie. Of neem iemand als Gerdi Verbeet, die zich helaas niet meer thuisvoelt bij de PvdA, maar hopelijk wel weer bij de nieuwe beweging.”

Je bent lid geworden van de PvdA. Voel je je ten diepste een sociaaldemocraat?
“Ik ben niet geboren als sociaaldemocraat maar ik ben er wel een geworden. Alle succesvolle Europese samenlevingen zijn sociaaldemocratiën. Dat zijn landen, waar de markt is beteugeld en de overheid zorgt voor een vangnet en een plek waar mensen kunnen groeien en floreren. Eigenlijk is iedereen die zich progressief noemt een sociaaldemocraat.”

Zijn mensen nog wel geïnteresseerd in het verhaal van de sociaaldemocratie? GroenLinks/PvdA is niet de grootste partij geworden.
“1,3 miljoen mensen hebben tijdens de laatste verkiezingen van oktober 2025 op ons gestemd, dat zijn ontzettend veel mensen. Ik ben geen pessimist. Ik ben juist heel blij dat de progressieve samenwerking eindelijk vorm heeft gekregen.”

Er werd al jaren gesproken over een fusie. Waarom duurde het zo lang?
“Omdat partijen, álle partijen, dus ook GroenLinks bezig zijn met hun eigen belangen PvdA zag GroenLinks lang als concurrent en andersom. Idioot, zag ik in, dat twee partijen elkaar beconcurreren terwijl ze het voor 95 procent met elkaar eens zijn.”

Wanneer kwam de fusie in een stroomversnelling?
“Met Lilianne Ploumen ontstond er een band waardoor we heel open met elkaar konden spreken. Dit project is groter dan wat dan ook, zeiden we tegen elkaar: dit gaan wij doen. Vanuit dat vertrouwen zijn we stappen gaan zetten, waarbij het tuinhuisje van Lilianne een cruciaal moment is geweest. Maar ik wil ook de mensen achter RoodGroen niet onbenoemd laten, onder wie Frank van de Wolde.”

Zie jij jezelf ook als architect van de fusie?
“Dat zijn dingen die je niet over jezelf zegt. Ik heb mijn bijdrage geleverd. Laat ik het daar bij houden.”

Hoe rood is de toekomst van Nederland als het aan jou ligt?
“Donkerrood! Vroeger kon je als gezin met één inkomen rondkomen. Niet dat het een vetpot was, laat ik het vooral niet romantiseren, maar tegenwoordig is het leven voor steeds meer mensen een survival geworden. Niet omdat de inkomens zo laag zijn, nee, het leven is gewoon ontzettend duur geworden. Van kinderopvang tot boodschappen, van vervoer tot wonen. Het is belangrijk dat er een progressieve beweging is die ervoor zorgt dat het leven weer betaalbaar wordt.”

Lukt dit ook vanuit de oppositie?
“Zeker. Neem het Energieprijsplafond, dat Attje Kuiken en ik vanuit de oppositie hebben uitgewerkt. Het had te maken met de hoge energieprijzen als gevolg van de inval in Oekraïne. Er waren allemaal regelingen voor de allerlaagste inkomens. Wij zagen dat mensen die daar net boven zaten, ook financieel onderuit gingen. De werkende armen, als het aan mij ligt, is dat het meest schandalige woord wat er is. In mijn tijd, ik word dit jaar veertig, was je arm als je een uitkering had, niet als je werkte. Wij moeten voor deze groep opkomen. Dat was het idee achter het Energieprijsplafond.”

Hoe zie je de toekomst van links?
“Rooskleurig. We zijn niet de grootste maar sterker dan ooit. Het kabinet heeft ons nodig. Volhouden dus. Ik doe dit werk nu al best een tijdje en weet dat je moet volhouden. Alsof succes vanzelf komt. William Wilberforce was een Engelsman die de slavernij wilde afschaffen in het Britse Gemenbest. Daar is een prachtige film over gemaakt, Amazing Grace. Daarin zie je hoe hij jaar na jaar, tot hij grijs is, probeert de slavernij af te schaffen. Hij deed dit in politiek veel moeilijkere omstandigheden dan de onze. Wat was er gebeurd als hij had gezegd: nou laat maar. Ik kan niet beloven dat we de volgende verkiezingen gaan winnen, maar ik ga wel alles op alles zetten om de grootste te worden. Dat is mijn levensmotto: geef nooit op. En dat zou ook de houding moeten zijn van onze partij.”

 

Eigenlijk is iedereen die zich progressief noemt een sociaaldemocraat.

 

Jesse’s rode helden

Sicco Mansholt
Hij is er als landbouwminister in geslaagd de rode en groene agenda bij elkaar te brengen. Daarmee was hij zijn tijd ver vooruit.

Joop den Uyl
Een beeldbepalend politicus die tot de verbeelding spreekt en ook al een poging deed de progressieve samenwerking voor elkaar te krijgen.

Willem Drees
Een held om wat hij heeft gedaan voor de verzorgingsstaat.

 

Interview: Nicolline van der Spek | Foto: Charlie Silvrants.

Dit interview is verschenen in ROOD, het partijblad van de PvdA.