Hoe giftig is de Bollenteelt?

Nederland is ‘s werelds grootste exporteur van bloembollen. Het levert de sector jaarlijks 1,4 miljard euro op. Bollenkwekers gebruiken uiteenlopende bestrijdingsmiddelen tegen schimmels en insecten die virussen kunnen verspreiden. Omwonenden maken zich al jaren zorgen. Krijgen zij het gif ook binnen en hoe schadelijk is dat? Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren: “Sommige middelen zouden per direct verboden moeten worden.”

Marlies van Oosten (48) woont al jaren tussen de bloembollenvelden in Voorhout. Een paar jaar geleden werd bij haar dochtertje van toen acht jaar een kwaadaardige tumor achter haar oog gevonden. “Ik kan het niet bewijzen”, zegt Van Oosten, “maar ik dacht meteen aan het gif. Ik woon bijna letterlijk óp een bollenveld. Als ze gaan spuiten, denk ik altijd: hoe staat de wind? Heb ik mijn ramen wel dicht? Komt het niet in mijn tuin terecht? De boer en de gemeente zeggen dat alles conform de norm gebeurt. Maar ik zet intussen grote vraagtekens bij deze normen. Er zijn meerdere mensen met kanker in de straat. Daar maak ik me zorgen om.”
Terecht, vindt minister Schippers, die het RIVM opdracht heeft gegeven een blootstellingsonderzoek te laten uitvoeren onder omwonenden van bollenvelden en fruitpercelen.

Nooit onderzocht
In Nederland wonen ongeveer 90.000 mensen binnen 50 meter wonen van een bloembollen- of fruitperceel. In welke mate zij worden blootgesteld aan bestrijdingsmiddelen, is nooit eerder onderzocht. Het blootstellingsonderzoek kost 8,9 miljoen euro en loopt voor de bollenteelt tot en met 2018. Daarna volgt de fruitteelt. Uiterlijk in 2020 is het onderzoek afgerond. Dat duurt nog wel even dus. Ondertussen maken omwonenden en andere betrokkenen zich zorgen. “Die zorgen neemt minister Schippers zeer serieus” aldus haar woordvoerder. “Daarom is er voor gekozen parallel aan het blootstellingsonderzoek alvast inzicht te krijgen in mogelijke gezondheidseffecten.” Deze resultaten zijn al veel sneller bekend, namelijk begin 2017.

Kinderleukemie
Naar welke ziekten kijkt het RIVM? Uit buitenlands onderzoek, zo meldde de Gezondheidsraad, zijn aanwijzingen gevonden dat omwonenden risico lopen op kinderleukemie en aandoeningen van het zenuwstelsel. Ook zou Parkinson vaker voorkomen onder agrariërs.
“We richten ons niet op specifieke ziekten, maar op algemene ziekte- en sterftecijfers”, aldus Anton Rietveld, die de gezondheidsverkenning bij het RIVM coördineert. “De centrale vraag is: zijn er verschillen tussen mensen die binnen een bepaalde afstand van een bollenveld wonen, vergeleken met mensen die daar veel verder vanaf wonen?” Hij benadrukt dat dit nog niets zegt over een mogelijk verband tussen landbouwgif en bepaalde ziektebeelden, wat je misschien snel concludeert. Waarom iemand ziek wordt, kan te maken hebben met vele factoren. Een tussenresultaat wil en kan hij nog niet geven. “Een tussenresultaat is geen resultaat, zeg ik altijd.” Wel bestaat de kans dat het onderzoek straks in januari meer onrust zal veroorzaken dan het wegneemt. “Dat is een mogelijke uitkomst”, geeft Rietveld toe, en vervolgt: “Hoe dit naar buiten wordt gebracht, is aan de regering.”

Big Business
Een lastige taak, gezien de gevoeligheid van het dossier. Waarom komt de overheid bijvoorbeeld nú pas met een blootstellingsonderzoek, terwijl omwonenden al jaren aan de bel trekken, gesteund door toxicologen, artsen en milieudeskundigen? Heeft de overheid liggen slapen of zijn de gezondheidsrisico’s van omwonenden ondergeschikt gemaakt aan de economische belangen? De bollenteelt is big business. De exportwaarde bedraagt 1,4 miljard euro per jaar. De meeste bollen gaan naar het buitenland. “Maar grote afzetlanden, waaronder China worden steeds strenger”, aldus André Hoogendijk van de branchevereniging KAVB (Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur). “Vroeger mocht er bij wijze van spreken nog in één op de honderd bollen een virusje zitten, nu in geen enkele bol.” Spuiten dus. Maar hoe gevaarlijk is al dat gif voor omwonenden?

Schijnzekerheid
Het tv-programma Zembla maakte in 2011 veel los met de documentaire Gif in de Bollenstreek. Hierin waarschuwt kinderarts Sauer voor de schadelijke gevolgen van bestrijdingsmiddelen voor met name kinderen die nog in ontwikkeling zijn.
Zorgwekkend. Bovendien, het gebruik van bestrijdingsmiddelen is toch gereguleerd?
Toxicologen waarschuwen dat de toelating van bestrijdingsmiddelen ‘volledig achterhaald’ is en dat de huidige normen een ‘schijnzekerheid’ bieden. Ze zijn met name bezorgd om de combinatie van de gebruikte bestrijdingsmiddelen en het stapeleffect. De vergunningen worden afgegeven voor de afzonderlijke gewasbeschermingsmiddelen, maar er wordt niet gekeken naar de combinatie van de middelen, noch naar de cumulerende effecten van veelvuldige blootstelling.

Ruime marges
Het Ctgb (College voor Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden) is verantwoordelijk voor het afgeven van de vergunningen. Ctgb-directeur Luuk van Duijn benadrukt dat het college met ruime marges werkt. “De veiligheidsgrenzen die het Ctgb stelt zijn zodanig robuust dat de kans dat er toch iets mis gaat, bijvoorbeeld omdat de stof verkeerd wordt gebruikt of samen een met een andere stof wordt gebruikt, verwaarloosbaar klein is.”
Toch is Van Duijn blij met het blootstellingsonderzoek van het RIVM, omdat dit onderzoek specifiek omwonenden betreft. “Wij keken altijd naar gebruiker, onbeschermde omstander en consument. Daarbij gingen we uit dat bij de onbeschermde omstander ook de omwonende wordt meegenomen. Sinds begin dit jaar hebben we een nieuw model, waarin ook expliciet omwonenden worden meegenomen. We hebben gekeken of de aanname klopte dat de aanvaardbare risico’s voor onbeschermde omstanders ook van toepassing zouden zijn voor omwonenden. We hebben 60 middelen als steekproef doorgenomen, en daaruit bleek dat er voor die middelen geen risico was voor omwonenden.”
Over de combinaties van bestrijdingsmiddelen, zegt Van Duijn dat er op dit moment in Europees verband aan een model wordt gewerkt om de effecten van de gewasbeschermingsmiddelen in combinatie met elkaar te kunnen meten. Wanneer dat klaar is, weet Van Duijn niet.
Hoe word je als omwonende eigenlijk blootgesteld aan bestrijdingsmiddelen? “Dat kan op verschillende manieren”, aldus Mark Montforts, die het blootstellingsonderzoek coördineert binnen het RIVM. “Bestrijdingsmiddelen kunnen in de lucht zitten, en verwaaien of verdampen. Ze kunnen neerslaan in huisstof. Een andere mogelijkheid is dat omwonenden de middelen naar binnen lopen via zand en stof. Ons onderzoeksteam neemt luchtmonsters binnen en buiten, en levert een deurmat om stof op te vangen. Daarnaast testen we de urine van omwonenden op de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen. Het gaat hier om het herkennen van trends: vinden we meer bestrijdingsmiddelen naarmate mensen dichter bij de teelt wonen of niet?”
Afhankelijk van de uitkomst zal door het kabinet worden gekeken naar passende maatregelen. Te denken valt aan het vergroten van een teelt- en spuitvrije zone en het stimuleren van goed buurmanschap. “Er zijn nu al heel wat whats app-groepjes”, weet Hoogendijk van de KVAB. “Dan appt de teler wanneer hij gaat spuiten. De bewoners kunnen dan bijvoorbeeld zelf besluiten om hun was binnen te halen of de ramen dicht te doen.”

Spuitvrije zones
Ondertussen kunnen mensen die zich zorgen maken om landbouwgif in hun omgeving, terecht bij het meldpunt Gifklikker, een initiatief van de Partij voor de Dieren en Stichting Bollenboos.
“In de Kamer pleiten we samen met Stichting Bollenboos al jaren voor strengere toetsingkaders”, aldus Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren. “En sommige middelen zouden per direct verboden moeten worden. We kregen de meerderheid van de Kamer al achter een verbod op het uiterst giftige metam-natrium en gevaarlijke schimmelbestrijders. Ook pleiten we voor extra maatregelen zoals de invoering van spuitvrije zones oplopend tot 150 meter. We knokken voor duurzame landbouw. Nederland heeft zo’n intensieve landbouw, dat maakt ons land uiteindelijk kapot.”

Dit artikel is gepubliceerd in het Leidsch Dagblad, Haarlems Dagblad, Gooi- en Eemlander en Noordhollands Dagblad, 2016

Tekst en onderzoek: Nicolline van der Spek, www.nicollinevanderspek.nl